MADEIRA
Portugal  2008
Als het erop aan komt om te vertrekken dan zijn we niet meer te houden !  Als eersten aan de check-in op Zaventem heb je daarna ruim de tijd om de bar van pier A voor geopend te verklaren.  Het is amper vier uur in de morgen.  Hiermee wil ik alleen maar stellen dat het allemaal erg snel gegaan is de jongste dagen. We zouden er nog even uit willen voor het hoogseizoen.  Beetje googlen, niet lang twijfelen en meteen boeken.  Het werd Madeira !  Ik had met dit bloemeneiland nog een eitje te pellen.  Twaalf jaar gelegen was ik er verweesd van teruggekeerd met een defecte filmcamera en een pak mislukte opnames.  Ga dan maar aan de wereld verkondigen dat landen op Santa Cruz Airport, één der gevaarlijkste ter wereld, best eng kan zijn  en dat het eiland-met-de-eeuwige-lente het mooiste is dat je ooit hebt gezien in dit deel van de Atlantische Oceaan. 
Omdat het hier één uur vroeger is dan bij ons staan we nog vóór de middag  op het balkon van het
Quinta do Sol Hotel, hoog genesteld tegen de heuvelflank met uitzicht op de blauwe oceaan en het prestigieuze Reid’s Palace Hotel en met het Quinta Magnolia park als achtertuin.
FUNCHAL
Het is goed om weten dat buiten de landingsstrip er nauwelijks wegen plat te noemen zijn op dit eiland.  Ontstaan door de vulkaanuitbarstingen van miljoenen jaren geleden is Madeira erg bergachtig en blijven sommige plaatsen zelfs moeilijk bereikbaar.  Eigenlijk loop je op de bovenkant van een vulkaan.  Toch is Madeira eerder klein : nauwelijks 57km lang en 22km breed met een oppervlakte van 742 km².  Madeira telt ongeveer 300.000 inwoners waarvan ruim één derde zich heeft gevestigd in de hoofdstad Funchal, gebouwd tegen de heuvels die uitzien op een wijde baai aan de zuidkust.  Madeira ligt een kleine 1000 km ten zuidwesten van Lissabon en  zo’n 700 km ten westen van de Afrikaanse kust (Casablanca).  Voor alle duidelijkheid staat de naam Madeira voor een kleine archipel bestaande uit het hoofdeiland, het nabije Porto Santo en de onbewoonde eilanden Salvagens en Desertas.  Deze laatste zijn zelfs niet toegankelijk, maar beschermd natuurgebied. Samen vormen zij een zelfstandige provincie van Portugal.  Vandaar de eigen vlag met sierlijk rode kruis (vroeger geverfd op de zeilen van de karvelen van  Hendrik de Zeevaarder) die naast de officiële Portugese vlag wordt gebruikt.

Dankzij een uiterst aangenaam subtropisch klimaat met een gemiddelde temperatuur van 22 °C kreeg Madeira het label “paradijs van de Atlantische oceaan“ en “bloemeneiland” (met symbool de strelitzia ) opgekleefd.  Jaarlijks  bezoeken ruim een half miljoen reizigers dit eiland waar, zogezegd  de lente komt overwinteren.  Daardoor vooral geliefd bij toeristen die de Europese winters willen ontvluchten.
Via de Avenida do Infante duik je (stuiken zou hier beter passen) de stad in.  De brede laan daalt steil en het is stappen met de rem op en dat voel je al gauw in de benen.  De gebouwen getuigen van een rijk koloniaal verleden.  Statige villa’s met prachtig aangelegde tuinen en vooral veel bloemen.  We komen voorbij de officiële Residentie van de Gouverneur, het Casino en het Casinopark Park Hotel. Een beeld van Elisabeth van Oostenrijk, beter gekend als Sissi, herinnert eraan dat zij in de 19e eeuw een tijdje in Funchal heeft gewoond, toen al een toeristische bestemming voor de elite !  Iets verder begint het Santa Catarina park.  Dichtbij het centrum is het een oase van rust met een fantastisch uitzicht over de stad en  de haven.  Hier staat  het standbeeld van Cristovão Colombo.  Vijftien jaar vóór hij Amerika ontdekte had Columbus bij één van zijn handelsvaarten de dochter van de toenmalige gouverneur Bartolomeu Perestrelo van Porto Santo ontmoet.  Hij trouwde er en verbleef enige tijd op het kleine eiland.  De fiere Portugezen beweren dat hij zijn zeevaartkunde van hun zeelieden zou hebben geleerd.  Chauvinisme is van overal !
Beneden aan het park en de Marina staat de boog van Don Henrique Navigador (Hendrik de Veroveraar), opdrachtgever van de Portugese zeevaarder João Gonçalves Zarco die Madeira ontdekte in 1419.  Funchal  werd pas in 1424 gesticht.  Zijn beeld staat aan het einde van de Avenida Arriga welke tot het echte centrum leidt.  Onderweg kom je voorbij het Jardim Municipal ( São Francisco) of stadspark rechtover het Teatro Municipal, het Regionaal Gouvernementsgebouw, het Zarco-beeld en de Cathedral da Sé.  Hier in hartje Funchal valt altijd wat te beleven.  De terrasjes zitten er overvol en er heerst een gezellige drukte. 
Tijdens ons verblijf was er de “Volta a Madeira “, een rally voor originele oldtimers uitgeroepen tot FIVA World Rally 2008. Langs de boulevard , onder de uitbloeiende jacaranda bomen, waren meerdere van deze mechanische juweeltjes uit lang vervlogen tijden te bewonderen.  Rond da Sé moet je beslist de tijd nemen om even te verpozen, iets te drinken of een kleinigheidje te eten.  In de onmiddellijke omgeving zijn de bijzonderste bezienswaardigheden van Funchal te vinden.  Een must is de Cathedral met prachtig Moors plafond, gesculpteerd uit cederhout en ivoor.  Verderop het Praça do Municipio met de Igrejo do Colégio (kerk) en Camara Municipal (stadhuis) alsook het Museum voor Gewijde Kunst.  Richting zee het Regionaal Parlement en het Fortaleza de São Lourenço. Met dit laatste zijn we aan de Avenido Do Mar, zeg maar de promenade, aangekomen. Ook hier weer terrasjes, restaurantjes en zitbankjes omgeven door sierplanten en veel bloemenpracht. Bomen zorgen voor de nodige schaduw die op het heetst van de dag zeker welkom is.
Tegen de kaai liggen diverse yachts welke omgebouwd zijn tot drijvende bars en restaurants. Onder hen The Vagrant , ooit eigendom van de Beatles, nu een druk gefotografeerde toeristische trekpleister. Langs de promenade kan je kuieren en wandelen vanaf de Marina tot Fortaleza de Santiago. Op weg daarheen merk je even voorbij de Plaça da Autonomia ( onafhankelijkheidsplein) de Mercado dos Lavradores. Zeker niet te missen !
Het is een overdekte marktplaats , bestaande uit 3 niveaus en een binnenplein voor groenten, fruit ,bloemen, vis, vlees en zoveel meer. Vooral de vis-afdeling is gewoonweg indrukwekkend. Dagelijks kan je hier zien hoe hele tonijnen versneden worden, hoe allerhande vissoorten gefileerd worden en hoe lelijk de lokale specialiteit de “ espada “ wel is. Deze zwarte lintvis met een monsterachtige kop en enorme ogen wordt hier voor de klippen van Madeira gevist tot op een diepte tot 1000 meter. Eén espada is goed voor verschillende lekkere filets welke op diverse manieren kunnen bereid worden: gebakken, gegrild, gepaneerd of gemarineerd met diverse kruiden en uiteraard madeirawijn. Gegarandeerd altijd even lekker !
Verder oostwaarts vanaf de Mercado bereiken we de oude stad of Zona Velha. Hier is de wijk Santa Maria een heel ander beeld. De rijkelijke gebouwen hebben hier plaats gemaakt voor eenvoudige kleine, voormalige vissershuisjes, nu meestal omgetoverd tot leuke restaurantjes.  Dit is de plek waar toeristen ’s avonds verzamelen om ontspannen onder de open hemel te genieten van één of andere visbereiding. Pittoresk kader ook weer met de nodige bloemensier  en waar folklore, volksdansgroepen en muzikanten in typische klederdracht, nooit ver weg zijn. Echt of fake, wel best gezellig om een avondje Funchal af te sluiten !
RONDJE MADEIRA
Er staat een glimmende Clio voor de inkom. Die hebben we een paar dagen gehuurd om het eiland te verkennen. We volgen de kustweg richting west via de Estrada Monumental langsheen het Lido complex in São Martinho. Dit is het modernste gedeelte waarlangs de hoofdstad zich heeft uitgebreid. Hier vind je de meeste luxueuze hotels, villa’s en woonappartementen. Eenmaal die drukte voorbij krijgen we een heel wat romantischer weg te zien , omzoomd met talrijke bloemen. Mij valt het op hoe zeer de trajecten van de snelweg of via rapida zijn toegenomen. Vele bruggen en tunnels hebben het landschap enigszins hertekend. Gelukkig is er nog steeds de oude kustweg die langs vele bochten en steile klimpartijen voert naar weer een ander uitzichtpunt of miradouro waar geen halt houden doodzonde  betekent. Camara de Lobos is een schilderachtig vissersdorpje 9 km ten westen van Funchal. Hier zijn de vissers nog steeds heel bedrijvig en wordt er vooral veel espada bovengehaald. Vanop de hogergelegen  weg krijg je een mooi overzicht over dit gebied dat midden de wijngaarden en bananenplantages ligt.
Camara de Lobos ( hol van de zeewolven) werd ook vooral bekend omdat Sir Winston Churchill er vanaf 1950 vaak te gast was en er dit typische haventje schilderde. Vanuit Camara de Lobos heb je ook al een mooie kijk op de klip waar we heen willen. 
Gedurende een tiental kilometer gaat het flink bergop. Dit moet zowat de vruchtbaarste landbouwstreek van Madeira zijn. De miradouro van Cabo Girão biedt vele uitzichtpunten. We staan nu op de hoogste klip van Europa en de tweede hoogste ter wereld. De oceaan ligt 589 m pal onder ons. Het uitzicht is ronduit grandioos. Merkwaardig is dat onderaan de loodrechte rotswand landbouwpercelen te zien zijn, enkel per boot bereikbaar ! Dennen en eucalyptussen groeien hier tot aan de rand van de afgrond. Adembenemend !  Wie mooie plaatjes wil schieten moet wat geduld uitoefenen. Hier sta je nooit alleen. Cabo Girão is één der drukst bezochte plekken op Madeira. Via een spectaculaire rit hoog in de heuvels bereiken we via Campanàrio de tweede grootste stad van het zuiden : Ribeiro Brava. Het stadje ligt in een diepe kloof tussen twee bergwanden en is een zeer belangrijk kruispunt van twee wegen. Enerzijds de kustweg die rondom het eiland gaat en anderzijds de dwarsweg die rechtstreeks naar de noordkust en São Vicente leidt. In Ribeiro Brava is het aangenaam wandelen langs de gezellige winkelstraatjes en nabij de zee zijn er enkele terrasjes die lonken naar de dorstige chauffeur. Van al dat draaien en dat keren, weet je wel !
Tot Ponta do Sol, de warmste plek op Madeira , is de weg vrij vlak en breed. Verderop verandert het snel en worden de wegen smal , erg bochtig en veel steiler. Er is nauwelijks verkeer omdat de meesten de verkorte weg noordwaarts kiezen. Voorbij  Calheta zijn we even de goeie weg kwijt. Een bediende van een benzinestation (die hier niet dik gezaaid liggen) stuurt ons een kortere secundaire weg op richting het hoogplateau en Fonte da Pedra. Dat zullen we geweten hebben . De Clio kreunt , vaak in eerste versnelling, en kruipt tegen onmogelijke hellingen. De motor en ikzelf beginnen warm te lopen. Wat als hier een tegenligger, een panne, … ik durf er gewoon niet aan denken ! We zijn er echt niet rouwig om wanneer, na een tiental km, er weer licht door de bomen schijnt. Bijna boven op de hoogvlakte komen we op een bredere weg uit. We zijn op een uitloper van het Paul da Serra plateau op een hoogte van 1022 m. Dit moet  Fonte da Pedra zijn. We rijden letterlijk boven de wolken en langs de kant van de weg staan koeien te grazen . Een waanzinnig beeld. Soms staan ze gewoon pal op de weg en gapen ze ons alsof we een trein zijn. Een hele trage dan wel.
Bij de steile afzink naar de noordkust  is een uitkijkpunt vlak boven Porto Moniz. Prachtig  ! Meteen een mooi zicht op de lavarotsen die uit de zee opsteken en aldus bij hoogtij natuurlijke zwembaden vormen. Bij het doorrijden van het stadje blijkt hoezeer men ook hier zijn best heeft gedaan om toerisme aan te zwengelen. Alles is heraangelegd en ligt er netjes bij. Graag wilden we de gevaarlijke, maar oh zo mooie oude  route tussen Seixal en São Vicente volgens maar we worden via de snelweg en lange tunnels gestuurd.
In São Vicente vernemen we dat om veiligheidsredenen het hogervermeld traject slechts in de andere richting open is. Daar kunnen we inkomen. Dat doen we dan maar na een korte lunch. De smalle weg, soms laag tegen de zee, dan hoog in de rotswand uitgehakt , bochtig en door kleine donkere tunneltjes, met af en toe een gratis douche er bovenop wanneer je onder een waterval doorrijdt. Het blijft fascinerend. Een niet te missen route en beslist één van de toeristische toppers van Madeira !
We volgen de ruwe noordkust tot Ponta Delgada. Vanaf hier tot Boaventura en São Jorge  is de weg bijzonder smal en kom je ook liefst geen tegenliggers tegen. De omgeving is evenwel oneindig mooi en heel kleurrijk. In Santana is een bezoek aan de typische huisjes een must. De oorsponkelijk nog bewoonde huisjes zijn nu boetiekjes geworden en staan midden een weelderige tuin met prachtige bloemen. Aan het einde van die tuin een panoramisch vergezicht over de oceaan. Heel fraai !
Langs het mooie Faial en Porta da Cruz vervolgen we onze rondrit . Na een glimp van Machico te hebben opgevangen en omdat er nog meer moois te zien is in de omgeving, beslissen we om hier later eens terug te keren. Voor vandaag opteren we om via Santa Cruz langs de via rapida  terug te rijden naar ons hotel.
NAAR HOGERE SFEREN
Tijdens het ontbijt , ei met spek, hebben we een extra boterham gegeten want we trekken de bergen in . Reeds bij het uitrijden van het hotel gaat het meteen steil omhoog richting Santo Antonio. Bij de Pico do Barcelos zitten we reeds 355m hoog en kunnen Funchal  even uit een andere hoek bekijken. Verderop klimt de overigens mooie weg met heel veel haarspeldbochten steil naar boven. We maken aldus de overgang van laaggelegen bananenplantages over een landschap met laurier- en eucalyptusbomen naar uiteindelijk het dennenwoud en een heel wat frissere lucht.
Na 14 km  komen we aldus bij de miradouro Eiro do Serrado, gelegen op een hoogte van 1095 m. Vanuit het uitkijkpunt krijg je een indrukwekkend zicht op een diepe vallei omgeven door hoge vulkanische bergen. Onterecht meende men vroeger dat het hier om een krater ging. De morgenzon schijnt enkel op de bergflanken. Daar diep in het dal, half verdoken in de schaduw merken we een dorp : Curral das Feiras, ook het vluchtsoord van de nonnen genoemd. In de 16e eeuw sloegen nonnen van het Santa Claraklooster uit Funchal op de vlucht voor de Franse zeerovers die Funchal aanvielen. Ze trokken de bergen over en kwamen zich verbergen in dit dal. Later werd het een permanente nederzetting. We rijden door een tunnel en dalen tot in het dorpje dat op een hoogte van 633 m ligt en uiteindelijk slechts 19 km van Funchal verwijderd is. Maar wat een rit alweer ! De lokale horeca is al druk in de weer om straks de vele dagtoeristen op te vangen. Deze vallei bevat dankzij de vulkanische bodem uiterst vruchtbare grond en staat daardoor bekend om zijn druiven en Ginja, likeur gemaakt van kersen of kastanjes.Kastanjes zijn trouwens de grote specialiteit hier. Men verwerkt ze ook in cakes en zelfs in soep.
Na een verwikkende expresso klimmen we terug uit het dal en moeten we de ganse weg terug tot in São Roque. We willen ten alle prijs de toeristencars vermijden die deze richting uitkomen. Het lukt ! We slaan af naar Monte. Bedoeling is bij de kerk te geraken, maar de wagen hier kwijt geraken lukt echt niet. Dan maar een korte foto-stop in de omgeving en verder weer de bergen in .
We klimmen langs een mooie en aangename weg via
Pico Alte (1129m) tot Poiso (1413m) waar we afslaan naar het derde hoogste punt van Madeira. Na nog een laatste nijdige klim over een brede weg bereiken we de pousada (herberg) van Pico do Areeiro op een hoogte van 1818m.
Eenmaal boven , deels boven de wolken, een uniek landschap. Dit is het dak van Madeira. We hebben geluk : nauwelijks een zuchtje wind en een aangename temperatuur. Het is genieten van het panorama. Vanaf de pousada kan je over 6km wandelen naar Madeira’s hoogste punt , de Pico Ruivo (rode piek) op een hoogte van 1862 m. Heen en terug moet je toch nog rekenen op een tocht van drie tot vier uur.
Nog even nagenieten en dan maar weer naar lagergelegen oorden. Terug tot Poiso en dan richting Noord. Bij weer een ander uitkijkpunt onderweg krijgen we in de verte de oceaan te zien en jawel zelfs de haven van Funchal met pontinho. Ongelooflijk ! Naarmate we verder dalen wanen we ons in onze Ardennen. Enkele lage wolken hangen over de dennenbomen en her en der priemt het zonnetje door het woud. Dit is Ribeiro Frio , de naam zegt het zelf , het gebied van de frisse rivier. De wolkenformaties drijven hier langzaam naar de bergtoppen en produceren er overvloedig water. Hier in Ribeiro Frio en omliggend gebied heeft men daar iets bijzonders mee aangevangen. Levada’s of irrigatiegoten werden tegen de steile rotswanden aangelegd en voeren het bergwater onder de kleinst mogelijke helling naar de onderliggende velden en terrassen. In totaal zijn ze meer dan 1000 km lang zorgen zij er voor dat de terrassen op elk niveau groen blijven en dat Funchal en andere steden van het nodige drinkwater worden voorzien. Een ingenieus en goed onderhouden afwateringskanalisatie waarlangs het bovendien aangenaam wandelen is in volle natuur. De levada wandelingen zijn dan ook zeer gegeerd bij de wandelaars. Ribeiro Frio is ook een gehucht dat bekend staat om zijn forellenkwekerij.
Tijd voor een rustpauze en die komt er eerder dan voorzien. Plots is slechts de helft van de rijweg berijdbaar. Naast ons een file van oudere sportwagens. We zitten middenin de Volta a Madeira , de oldtimer rally. Met wat gedrum weten we nog net ons karretje te parkeren tegen de rotswand. Dan worden we helemaal ingesloten door de deelnemers die hier samentroepen voor een controlepost. Tijd zat dus om de oude gloriën even van dichtbij te bekijken.
Na een klein halfuur slaan de motoren weer aan en wil het circus verder . Wij profiteren ervan om toch die karavaan voorbij te rijden en vóór de deelnemers de weg op te gaan. Wegwezen ! Via São Roque de Faial nemen we de afdaling naar Porto da Cruz. Weer zo’n prachtig uitzicht over de oceaan en de hoge klip naast het haventje. Diep in het dorp, naast de kerk, lonkt een leuk terrasje. Buiten onszelf geen toerist te bespeuren en heel rustig. Door het oponthoud en zo is het rond 14u en dan wil een mens al wel eens iets eten. Het werd espada met banaan en een slaatje. Verzorgd en erg lekker en nog stukken goedkoper dan in Funchal. Waarom leven wij toch in dat grijze België ?
De terugweg gaat via het mooie
Portela en Santo da Serra , zomerverblijf van de rijke Madeirezen, tot Camacha. Hier houden we onze laatste stop. Dit mooi ogende dorp ligt midden in het land van de wilgenbomen en is hiermede het centrum van Madeira’s belangrijke rietverwerkende industrie . Mandenvlechters zelf zie je haast niet, die werken meestal thuis. Het eindproduct zie je overal. Camacha beschikt over een pittoresk dorpsplein afgezoomd met bloemen en planten en met een muur, de grootte van een voetbalgoal. Soort gedenkteken dat eraan herinnert dat op deze plek voor het eerst werd gevoetbald in Portugal (wereldster Cristiano Ronaldo, momenteel  beste voetballer ter wereld, werd in Funchal geboren in 1985 en speelde er tot 2002). Camacha beschikt ook nog over een prachtig terras met panoramisch zicht over de blauwe oceaan vanop een hoogte van 700 m. Een laatste koffie en wij overbruggen de laatste zes km via de via rapida. ’s Nachts droomde ik van haarspeldbochten !
ZWEVEN  EN DROMEN
Belofte maakt schuld. We zouden nog eens naar Monte teruggaan, een klein gehucht  gelegen in het noorden van de stad op een hoogte van 550 meter. De huurauto is inmiddels weer ingeleverd en we stappen dus het vertrouwde traject naar het centrum.
Nabij het Catarinapark merken we plots dat er bezoek is. Een cruiseschip ligt aangemeerd aan de pontinha in de haven. Via internet had ik   gelezen dat de onder P&O varende Aurora zou aanmeren in Funchal tijdens ons verblijf. Even checken en inderdaad, dat is hem. Sierlijk maar veel groter dan we ons hadden voorgesteld (270m lang , 32m breed , 9 decks , 1874 passagiers in 939 cabines en 936 bemanningleden). Wie meer wil weten over de Aurora hier klikken. Het schip vaart vandaag nog af om 16u en dat willen we niet missen.
We wandelen via de promenade richting oude stad ten oosten. Daar kan je de
telefrico of kabelbaan nemen naar Monte. (retour ticket 14,5 € p.p.). Een enkel traject duurt 10 min en verveelt geen ogenblik. De cabines zijn comfortabel en bieden panoramisch zicht. Ze zijn bovendien erg stabiel en nodigen uit tot fotograferen en filmen. Echt de ideale manier om een kompleet beeld te krijgen van deze tegen de hellingen opgebouwde stad. Hoe hoger men komt , hoe groter het kontrast tussen schamele woningen en rijkelijke quinta’s en villa’s. Boven worden we afgezet aan de Tropical Gardens.
Een paar minuten wandelen en je staat aan de voet van de kerk. Eerst nog een hele reeks van die halve trappen opklimmen en dan de beloning : de Igreja de Nossa Sehora do Monte. Deze kerk is rijk versierd en herbergt in een zijkapel het graf van de laatste Oostenrijkse keizer Karel I. Hij kwam naar hier na de troonsafstand in 1918 en overleed er in1922 op 35- jarige leeftijd.
Monte was toen een mondain vakantie- en rustoord voor de Europese aristocratie. Vandaar de vele villa’s en rusthuizen . Kom je de kerk buiten dan ligt Funchal letterlijk aan je voeten. Geweldig zicht ! Beneden de trappen wacht weer één van de hoofdattracties van Madeira. De Carros de Cesto, rieten manden op een soort ski’s, waarmee begeleiders in witte kledij met rieten hoed, met je de steile berg afglijden. Ze noemen het de Tobogan. Wereldberoemd, dus kost het wat centjes ( 25 € voor 2p, 37,5 € voor 3). Eigenlijk is ook dat niet meer wat het was. De gladde kasseitjes van weleer zijn asfaltwegen geworden en men gaat lang niet meer tot beneden in de stad. Hooguit enkele honderden meters. Erg toeristisch, maar het blijft een trekpleister en dus moet je het gezien hebben ! Voldaan keren we dus terug naar de benedenstad … per kabelbaan !
Een hapje eten en een terrasje doen en wat rondkuieren in de chique winkelstraat rond Largo do Phelps. Dan is het tijd om terug te wandelen tot aan de zee. Over enkele minuten zal de Aurora de haven uitvaren.
De Santa Maria, een getrouwe replica van het karveel waarmee Columbus  naar Amerika voer, loopt net de haven binnen en vaart langs het cruiseschip. Wat een contrast ! Het karveel lijkt wel een speeltuig tegenover de oceaanreus. Wel levert het een mooi beeld op. En dan is het zover, het anker is gelicht en de trossen losgegooid. Driemaal loeit de hoorn en weg is hij. Gestatig zet het gevaarte zich in beweging en vaart de haven uit begeleid door enkele zeilbootjes. De meeste passagiers hebben zich op de achterdecks geconcentreerd en wuiven Funchal uit ten afscheid.
Het heeft wel iets zo’n afvaart. Het doet een mens weer dromen van andere horizonten. Minuten lang volgen we de cruiser die nu volle zee kiest richting Afrika. Tijd om nog een wandeling te maken langs de Marina en dan naar het oude stadsgedeelte te trekken voor een etentje onder de open hemel. Het werd Espada Madeirensa en een gekoelde Mateus. Lekker, en het smaakte naar nog !
VERVOLG
HOME
KAART
REIZEN
FOTO'S
VIDEO'S
Find more about Weather in Funchal, MD
Click for weather forecast