Op de terugweg naar Le Moule en niet zo ver van ons hotel bezoeken we even de Distillerie Damoiseau . Een met diverse prijzen gelauwerde rhum  van Grande Terre . Na de deskundige uitleg kan je er van verschillende soorten rhum proeven. We besluiten een paar flessen mee te nemen naar huis. In de nabijheid van het hotel op een open plein aan het strand is er 's avonds een soort festival aan de gang . De massa staat in een grote kring rond enkele trommelaars die duchtig op los slaan. Een repertoire aan Creoolse slavenliederen wordt gezongen waarbij men danst.  " Ce soir on va danser ,sans chemise, sans pantalon " . Het is de opener van een feestweekend in de stad. (Saint Jean-Baptiste) .
We maken kennis met een taxichauffeur, ex prof-voetballer, die heel wat afweet van het Franse, Duitse en Belgische voetbal. De man trekt regelmatig naar Europa en rijdt tussendoor wat met toeristen rond om den brode. We maken een prijsje voor een bezoek aan Les Saintes , het eilanden archipelletje ten Zuiden van Guadeloupe.
Het lange traject tot Trois Rivières moeten we nog eens overdoen. Daar brengt de ferry speedboot je in een half uur naar de eilanden Les Saintes. Ook hier spreekt men van Terre-de- Haut en  Terre-de-Bas. Het laatste is niet bewoond. Men noemt Les Saintes een klein paradijsje . Roals in Rio hebben ze hier eveneens een Pain de Sucre. Daarnaast is er le Chameau . Twee afgeronde heuvels in de vorm van de bulten van de kameel. Bovenop een plateau staat het Fort Napoleon, bekend om zijn leguanen. Voor de rest is het gezellig kuieren in de steegjes van dit mini-stadje . Alles keurig en kleurrijk. Sommigen moemen het zelfs het decor voor een operette. Hoe dan ook , zeker een bezoek waard.
van " Pointe de la Grande Vigie ". Op deze plek is een restaurant waar je bijzonder lekker kan eten. De eigenares geniet nog steeds van de benijdenswaardige onderscheiding " meilleure ouvrière de France " .Het kader en de klasse van de keuken maken dat dit oord een van de beste herinneringen zal blijven van deze reis.
Na de lunch wandelen we over de kalkrotsen tot de
Porte d' Enfer . Het uiterste punt van la Grande Vigie . Twee steile klippen en beneden een afgeschermde lagune met stil , rustig water. Het is de plaats waar velen zelfmoord plegen door in de diepte te springen. Vandaar de naam  : poort van de hel. Kijk je richting Noorden dan zie je het Caribische eiland Antiqua liggen, zo'n 70 km in zee . 
Het fort " Fleur d'Epée " troont boven de stad met zijn tuinen vol " flamboyents" (bomen met rode bladeren). Van hierboven krijg ook een panoramisch uitzicht op de hoofdstad, nauwelijks 7 km hier vandaan.
We laten Point-à-Pitre links liggen en rijden Noordwaarts tot
Petit Canal. Zoals de naam laat vermoeden een kanaaltje verbonden met een vissers- en plezierhaventje. Bijzonder rustig ook. Verderop zit je midden in mangroves die uitgeven op de
"Plage d'Anse Maurice" . Enkele kilometers verder in
Port Louis ligt  de" Plage du Souffleur ", een der mooiste van de archipel ,alhoewel helemaal niet toeristisch. Een beetje lugubere plek zelfs  met zijn kerkhof op het strand zelf. De graven zijn gemaakt van zinken badkuipen versierd met mosselschelpjes. Vanuit Port Louis kan men tochten maken in de suikerrietvelden, meestal  te paard.
Onze laatste stopplaats en het meest Noordelijke punt van Guadeloupe is
Anse Bernard. Gewoon een prachtige lagune met uitzicht op de steile kalkrotsen 
naar het fotoalbum
Als we de zondagmorgen in het centrum aankomen is het er al druk. Overal hangen de lampions al klaar voor het bal van vanavond. Voor de kerk vergadert een of andere congregatie in groot ornaat. Het is zo dat onze zwarte medemensen, de ouderen dan toch,  in hun  garderobe op zoek zijn geweest naar hun opperbeste outfit. De vrouwen in zeer felle kleuren, de mannen meestal in hun sober zwart trouwkostuum, zonder kousen. In ons vertrouwd café naast de kerk zijn de Damoiseau-flessen op de tafels al half leeg. Tegen dat , na de mis, de processie op gang komt spelen die van de fanfare blijkbaar niet allemaal hetzelfde nummer meer. Geen kat die dat hoort. Als dan ook nog de wielerwedstrijd zijn doortocht maakt in Le Moule  moet de ganse processie het voetpad opzoeken . Chaos alom. Maar dat is zo : c'est la fête au Moule !
's Avonds in het hotel, bij het pakken van mijn koffer, hoorde ik weer dat oud-Creoolse lied :

"
Grandpère a fait un long Voyage ! "
Grande Terre is in tegenstelling tot Basse Terre eerder vlak . Het is het eiland van het suikerriet en de daarbijhorende suikerindustrie. Was Le Moule vroeger de suikerhaven bij uitstek dan is die nu verplaatst naar de hoofdstad Pointe-à-Pitre. We beginnen onze rondrit in Saint- François, een der belangrijkste badsteden van Guadeloupe. Toch heeft het de charme van een vissersdorp kunnen behouden. Het is de plek voor het mondiaal toerisme met prachtige hotels, talrijke luxeboetieks , zijn casino en het enige 18 holes golfterrein van het land.
Verderop in
Sainte-Anne houden we halt aan een der mooiste stranden van Guadeloupe, afgeboord door talrijke palmbomen en afgeschermd door een koraalrif. Het water is rustig en kristalhelder . Onnodig te zeggen dat dit een van de meest geliefde badplaatsen van de Antillen is. Iets minder " chique " dan Saint-François , maar des te gezelliger.
De tweede badplaats van Guadeloupe en het dichtst bij de hoofdstad  is
Gosier . Ook hier tal van hotels, meestal met privé strand. De meest luxueuze zijn samen met het Casino geconcentreerd op de " Pointe De la Verdure".
Naar het Noorden toe in Basse-Terre ( de stad ) rijden we weer een stuk land inwaarts ,de flanken van de Soufrière op, tot Saint-Claude. Van zodra je uit de wagen stapt ruik je de solferwolk die de top van de vulkaan aan onze ogen onttrekt . Omwille van de geringe zichtbaarheid , geen al te leuke plek. Dit is evenwel ,met zijn 1467 meter, de hoogste bergtop van Guadeloupe .
Bouillante is dan weer wel een leuk stadje aan een prachtige baai gelegen Enkele kilometers verder , in de baai van
Mahaut ligt de " Reserve Cousteau " .
Via de hoofdstad Pointe-à-Pitre gaat het richting Basse Terre. Eigenlijk is die naam verkeerd gekozen want Basse Terre is verre van vlak. Het is bergachtig eiland met één grote vulkaan " la Soufrière "die nog actief is. Verloren rijden is uitgesloten want er is maar één kustweg die rondom het eiland loopt en één " route de la traversée " die er doormidden loopt. Bijna gans het eiland is dus " Parc National de la Guadeloupe ". We rijden volgens de wijzers van de klok via Petit Bourg tot Capestere-belle-Eau . Hier gaan we van weg af landinwaarts op zoek naar Les Chutes du Carbet . Deze waterval ligt diep verscholen in het woud en maakt deel uit van de flank van de Soufrière. Daarna via Saint-Sauveur , Bananier en La Savane tot Trois-Rivières. Een pracht van een kustweg met na iedere bocht weer een ander panoramisch zich op de talloze baaien en stranden van dit eiland. Van het haventje van Trois- Rivières zie je over zee de eilanden Les Saintes . Het is van hieruit dat we een van de volgende dagen de oversteek gaan maken per ferry.Hier bevindt zich een archeologisch park, met rotsen waar mysterieuze lettertekens ingekerfd werden, en een botanische tuin..   Op het meest Zuidelijke punt van Basse Terre staat het Fort Olives.
L'Île Papillon , zo noemt men het ook. Twee aan elkaar gerijgde eilanden, net de vleugels van een vlinder. Wij bevinden ons aan de Oostkust van Grande Terre.  Het hotel " Tropical Club Les Alizés "
(nu
Résidence Tropicale) ligt aan de plage de l'autre bord , net buiten de stad Le Moule. Dit was vroeger de hoofdstad van de suikerindustrie , maar daar kan je nog weinig van merken Eén fabriek en een rhumdistillerie zijn overeind gebleven . Een rustige provinciestad met niet eens zoveel toerisme, maar toch 4e stad van Guadeloupe. We zijn eind juni en hebben het hotel nagenoeg voor ons alleen. Straks tijdens de schoolvakantie wordt het wel even drukker. De band met het moederland Frankrijk is nog erg nauw en er wordt dan ook heel vaak gereisd , van- en naar de Metropole, in die periode. Van die kalmte  maken we gebruik om het eiland te verkennen. Daarvoor huren we een taxi in.
FOTOS
REIZEN
HOME
1993
GUADELOUPE
KAART
Op de terugweg naar Le Moule is niet zoveel te beleven. Wanneer we de volgende dag aan ons hotel op strand lopen zien we voor het eerst dat de Pointe de la Grande Vigie eigenlijk in onze achtertuin ligt. We wandelen even naar het centrum van Le Moule . In het kleine maar gezellige dorpscafe aan de kerk proeven we van de specialiteit van de streek: de Ti- Punch . (rhum ,suiker,citroen). Bizar is dat men je de fles serveert . Bij de afrekening moet je zelf maar vertellen hoeveel je gedronken hebt. Eerlijk duurt het langst , zeker ?
Route : Brussel - Paris - Pointe à Pitre - Le Moule - Les Saintes - Le Moule - Pointe à Pitre - Paris- Brussel
Met een glasbodem boot varen wij er heen . Bij een van de eilandjes, die deel uitmaken van dit beschermde zeereservaat , blijft de boot een uur liggen en kan je snorkelen of duiken om de onderzeese pracht van dichterbij te gaan bekijken. Gewoon prachtig . We hebben het mooiste gehad op Basse Terre. We moeten nog de Noordelijke bocht maken via Pointe Noire, La Grande Anse, Sainte-Rose , Moustique en La Ramée en zo terug naar Grande Terre en Le Moule.
De terugvaart naar Basse- Terre begint zalig met een zonnebad op het achterdek maar blijkt al gauw geen  lachertje. De stroming is ntens en het water bijzonder woelig. We moeten met z'n allen naar binnen vluchten want de golven slaan vervaarlijk over het dek heen. Een hele belevenis.
Find more about Weather in Le Raizet Airport, GP
Click for weather forecast